Domus
Het centrum van de meeste, wat grotere Romeinse huizen is
het
atrium - een
binnenplaats die gedeeltelijk overdekt was. Daaromheen lagen verschillende
vertrekken gegroepeerd, zoals slaapkamers,
eetvertrek(ken), een studeerkamer,
een keuken en toilet. In de 2e eeuw v.C. werden veel, grotere huizen gebouwd
met een zogenaamd
peristylium,
een door zuilen omgeven binnenplaats met een
aangelegde tuin. Het opvallendste aan deze huizen dat de belangrijke
vertrekken
alle uitkomen in het atrium en niet zichtbaar zijn vanuit de straat. Het huis
is, afgezien van de voordeur en een
paar kleine, hoge ramen, besloten. Er was
net zoals nu veel lawaai op straat en bovendien stank. Het atrium gaf een gevoel
van
geborgenheid, ontspanning en bescherming tegen de hitte. In de kruisgangen
van de middeleeuwse kloosters zijn de voordelen
van het atrium en die van het
peristylium verenigd. Aan de straatkant waren er naast de ingang twee winkeltjes
(tabernae) met
meestal een achterkamertje of bovenverdieping, waarin de winkelier
en zijn familie woonde.
Veel huizen waren van binnen comfortabel ingericht: verwarmde kamers, watertoevoer
in een aantal vertrekken, mooie mozaïekvloeren,wandschilderingen (Men
kende geen behang!) en soms ook riolering.
In zo'n huis woonde een complete familie inclusief grootouders en slaven.