
Agri decumates, 'Decumaten-land', het romeinse
gebied tussen Rijn en Donau, dat door keizer
Domitianus
(81-96) ingelijfd en in het oosten beveiligd werd
door de germaanse limes;
hierdoor werd de opening
tussen Rijn- en Donau-linie gesloten. Het gebied
omvatte ongeveer de westelijke helft van het huidige
Baden-Württemberg en de zuidelijke helft van het
land Hessen. De enige
schrijver uit de Oudheid die de A. noemt, is
Tacitus
(Germania 29). De binnengedrongen germaanse
Suebi verlieten
in de eerste eeuw nC het gebied en
daarna keerden delen van de oorspronkelijke
keltische bevolking terug. Het romeinse leger legde in de
A., vooral langs de Neckar en de limes, talrijke
castella
aan; de voornaamste steden waren
Aquae
(thans Baden-Baden), Lopodunum (thans Ladenburg),
Nida (thans Nidda) en
Sumelocenna (bij het
huidige Rottenburg). Het gebied, dat uiteraard steeds
een sterk militair karakter had, beleefde een betrekkelijk
grote bloei, totdat de Alamannen er steeds
heviger aanvallen op deden en ca. 260 nC de
Romeinen definitief verdreven.
De betekenis van het woord decumates is onzeker;
het heeft in elk geval niets van doen met een
verplichting van de bewoners tot het betalen van tienden
(decumae).
Lit. W. Sontheimer (PRE, Suppl. 7, 3-15)- Vele artikelen van E. Hesselmeyer in het tijdschrift Klio, o.a. Tacitus und die Zehntlandstheorie (31, 1938, 92-103). F. Hertlein e.a., Die Römer in Württemberg 1-2 (Stuttgart 1928-1930). E. Norden, Alt-Germanien. Völker- und Namenpeschichtliche Untersuchungen (Leipzig-Berlin 1934) 137-190. [Storms]