Lentulus naam van een romeinse familie uit de patricische gens der Cornelii. Van de talrijke Lentuli waren de voornaamste:
(1) Lucius Cornelius Lentulus,
consul in 199,
proconsul in
198 vC. Tevoren had hij, zonder ooit eerder een
ambt te hebben bekleed, het imperium proconsulare
in Spanje uitgeoefend (206-200). In 196 vC nam hij
deel aan een romeinse missie die bij koning
Antiochus
III van Syrië vergeefs ten gunste van Egypte
intervenieerde.
Lit. F. Münzer (PRE 4, 1367v).
(2) Publius Cornelius Lentulus werd,
na gezant en krijgstribuun
in Griekenland en aediel te zijn geweest, na
de slag bij Pydna
(168 vC) als romeinse onderhandelaar
naar koning Perseus gezonden. In 165
reorganiseerde hij als praetor het gebied van
Capua, in 162 was hij
consul. Vanaf 125 vC princeps
senatus, verzette L. zich tegen de plannen van
Gaius Gracchus. Hij was een belangrijk redenaar.
Lit. F. Münzer (PRE 4, 1374v).
(3) Gnaeus Cornelius Lentulus Clodianus,
evenals vorige Lentulus
een goed redenaar, keerde na Sulla's strijd in het
Oosten (88-83) met Sulla naar Rome terug en werd
later bevriend met Pompeius Magnus. Als consul
(72 vC) ageerde hij tegen Verres en wettigde hij
Pompeius' burgerrechtverleningen in Spanje. Ondanks
zijn nederlagen tegen Spartacus door Pompeius'
steun censor geworden (70), trad L. streng op
en verwijderde 64 leden uit de senaat. Als Pompeius'
legaat bestreed hij de zeerovers (67). Hij stierf kort
nadat de lex Manilia (66) Pompeius het commando
en speciale volmachten in het Oosten had verleend.
Lit. F. Münzer (PRE 4, 1380v).
(4) Publius Cornelius Lentulus Sura,
kleinzoon van bovengenoemde Lentulus,
werd, na een impopulaire
quaestuur (81 vC), kort
na zijn consulaat
(71) tijdens de census
van vorige Lentulus uit de senaat
verwijderd, maar in 63 vC opnieuw tot
praetor gekozen. Als voornaamste partijganger van
Catilina nam hij na diens vlucht uit Rome de
leiding van de samenzwering aldaar over. Doordat
hij in contact stond met gezanten van de
Allobrogen,
die Cicero inlichtten,
werd hij ontmaskerd en moest
hij zijn praetuur neerleggen. Twee dagen later werd
hij met zijn medeplichtigen terechtgesteld.
Lit. F. Münzer (PRE 4, 1399-1402). Zie ook s.v. Catilina.
(5) Publius Cornelius Lentulus Spinther
was, na een verkwistende
aediliteit (63 vC)
en praetuur (60),
consul
in 57; als zodanig had hij een werkzaam aandeel in
Cicero's terugroeping uit
de ballingschap. Als proconsul
van Cilicia
voerde L. een correct bewind
(56-54); in 51 mocht hij een triomftocht houden. Op
zijn vlucht voor Caesar
(49) gaf hij zich aan deze
over; na vrijgelaten te zijn koos hij echter toch de
zijde van Pompeius. Na diens nederlaag bij Pharsalus
(48), waarbij hij aanwezig was, werd hij door
Caesar terechtgesteld.
Lit. F. Münzer (PRE 4, 1392-1398). - G. Pianko, De vita et
moribus P. Cornelii Lentuli Spintheris patris et P. Comelii
Lentuli Spintheris filii Ciceronis amicorum (Meander 23,
1968, 511-521).
(6) Gnaeus Cornelius Lentulus Marcellinus steunde in 70
vC de Sicilianen en Cicero tegen Verres. Als
Pompeius' legaat streed hij tegen de zeerovers (67).
In 61 vC was L. een van de aanklagers in het proces
tegen Clodius; na zijn praetuur (60) bestuurde
hij de provincie Syria. Als consul (56) verzette hij
zich hevig, maar zonder succes, tegen het triumviraat
van Caesar,
Pompeius en Crassus.
L. was gehuwd met Scribonia,
de latere echtgenote van keizer
Augustus.
Lit. F. Münzer (PRE 4, 1389v).
(7) Lucius Cornelius Lentulus Crus
behoorde evenals vorige Lentulus tot de aanklagers van Clodius en was
eveneens een vastberaden tegenstander van
Caesar.
Hij was praetor
in 58 vC. Na zijn consulaat (49)
werd hij gouverneur van Asia. In Egypte, waar hij
na de slag bij Pharsalus
(48) zijn toevlucht had gezocht,
werd hij daags na Pompeius gedood. Alle
bronnen, ook Cicero, noemen L. Crus lui, ambitieus
en verkwistend.
Lit. F. Münzer (PRE 4, 1381-1384).
(8) Gnaeus Cornelius Lentulus Gaetulicus
was consul in
26 nC en van 30 tot 39 legaat
van Germania Superior,
waar zijn slappe discipline hem populair
maakte. Zijn goede reputatie bij
Tiberius redde hem
toen hij als medestander van
Seianus werd aangeklaagd
(34). In 39 echter werd hij terechtgesteld als
leider van een complot om keizer
Caligula te
vermoorden. De dichter Martialis
noemt L., die
ook erotische gedichten schreef, als een van zijn
voorbeelden.
Lit. F. Skutsch (PRE 4, 1384-1386). - Z. Stewart, Seianus,
Gactulicus and Seneca (American Journal of Philology 47,
1953, 70-85). [A.J.Janssen]