Usucapio, in het romeinse recht de term voor verkrijgende verjaring, waarbij een feitelijke toestand van bezit tot rechtstoestand wordt verheven. Krachtens het klassieke recht kon iemand van grond na twee jaar, van roerende goederen na één jaar de eigendom verkrijgen, ook als deze goederen niet door een eigenaar werden overgedragen. Als nadere vereisten werden daarbij gesteld o.a. dat men gedurende de genoemde periode het goed in possessio (bezit) had gehad en dat men het op gron van een iusta causa of iustus titulus (verkrijgingstitel, bv. koop) had verworven met bona fides (goede trouw).
In het Justininiaanse recht werd de term u. alleen
voor verkrijgende verjaring van roerend goed gebezigd;
daarvoor werd de termijn op drie jaar gesteld;
verkrijgende verjaring van onroerend goed heette
sindsdien longi temporis praescriptio (verkrijgende
verjaring op grond van langdurige tijd), waarbij een
termijn van 10, in sommige gevallen zelfs 20 of 40
jaar gold.
Lit. T. Mayer-Maly (PRE 9A 1094-1131). - M. Kaser, Das römisches
Privatrecht 1 (München 1971) 418-425.