Aureus (nummus), letterlijk 'gulden (munt)', is de
algemene benaming voor een romeinse gouden
munt. Afgezien van enkele incidentele gevallen begon
de aanmaak van aurei ten tijde van
Sulla, maar
werd eerst onder Caesar
veelvuldiger; het gewicht
was toen 1/40 pond (8,19 gr), de waarde stond gelijk
met 25 denarii. In de keizertijd had alleen de
keizer het recht om aurei te slaan. Het gewicht van
de a. daalde voortdurend: onder
Caracalla bedroeg
het 1/50, onder Carus
slechts 1/70 pond, Diocletianus
poogde het tevergeefs te fixeren op 1/60.
Constantijn schiep in 307 de laatste romeinse gouden munt, de solidus, die zijn gewicht van 1/72 pond (4,55 gr) steeds behouden heeft. Sinds Valentinianus (364-375) stond op de keerzijde het muntteken OB, de afkorting van obryzon (zuiver goud) en bovendien het griekse cijfer voor 72.
Hierboven is een aureus te zien van Caligula.
Lit. M. von Bahrfeldt, Die römische Goldprägung
der Republik und unter Augustus (1923).
[Storms]