(I) Bij de Romeinen heette acclamatio
de door een bepaald vast ritme gemarkeerde bijvalsbetuiging
van het publiek, bv. bij huwelijken, begrafenissen,
triomftochten (io triumphe!), wedstrijden,
spelen e.d. Vooral in de keizertijd uitte de publieke
opinie zich op deze wijze. Nero oefende de Augustiani,
een door hem opgericht corps van jonge edellieden,
in oosterse a. In de senaat verving de a.
gaandeweg de formele besluitvorming; in de Acta
senatus wordt er melding van gemaakt sinds keizer
Traianus.
Lit. L. Friedländer/G. Wissowa, Darstellungen aus der Sittengeschichte
Roms 2 (1922) 4-8. [Nuchelmans]
(II) Op de christelijke a.s (uitroepen, dikwijls ritmisch,
van een volksmenigte) hebben profane voorbeelden
hun invloed uitgeoefend (vgl. E. Peterson,
Göttingen 1926, 166v). Verschillende bisschoppen
zijn bij a. gekozen of gekozen verklaard
(Eusebius, Historia ecclesiastica 6,29: verkiezing
van paus Fabianus, 3e eeuw; Augustinus, Epistula
213, CSEL 57, 374: verkiezing van Heraclius; Paulinus,
Vita Ambrosii 6). Ook bij concilies kwamen
a.s voor. Enkele vindt men er bij het concilie van
Chalcedon (450) en latere. Dikwijls ook werd de predikant
bij de preek door bijvalsroepen onderbroken
(Chrysostomus, Augustinus). Verder vindt men de a.
in de liturgie (bv. Athanasius, Apologia ad Constantium
10). Bijzondere vormen zijn de z.g. polychronia
in het Oosten, en de Laudes Regiae (sedert de 8e
eeuw), die men nog in de liturgie terugvindt.
Lit. F. Cabrol (DAL 1, 240-265). H. Leclercq (DAL 8, 1898-1910).
Th. Klauser (RAC 1, 216-233). - P. Maas, Metrische
Akklamationen der Byzantiner (ByzZ 21, 1912, 28-51). J. Zeilinger,
Der Beifall in der altchristlichen Predigt (Festgabe
Knöpfler, 1917, 403-415). E. Peterson, Die Einholung des
Kyrios (Z.f.syst.Theol. 7, 1931, 682-702). E. H. Kantorowicz,
Laudes Regiae. A study in liturgical acclamations and mediaeval
ruler worship (Los Angeles 1946). B. Opfermann, Die liturgischen
Herrscher-Akklamationen (Weimar 1953).
[Bartelink]