Mesopotamië (I) Geografie.

M., eigenlijk alleen het land tussen Eufraat en Tigris en van de Perzische Golf tot de Taurus, doch feitelijk het hele gebied van het huidige Iraq, valt geografisch gezien uiteen in een aantal duidelijk te onderscheiden gebieden: de westelijke woestijn, het laagland van Eufraat en Tigris, dat bestaat uit de delta en de Jazira, d.w.z. het noordelijke gebied tussen de rivieren, de vlakten en het heuvelland van Assyrië en tenslotte het kurdische bergland. De gedachte dat het zuidelijke deel van Iraq nog grotendeels in historische tijd zou zijn gevormd door aanslibbing aan de mondingen van Eufraat en Tigris moet opgegeven worden: het slib van de rivieren is juist voldoende om de daling van de bodem in de delta goed te maken.

De oudste fasen van bewoning van het Zuid-Mesopotamische laagland zijn waarschijnlijk bedolven onder alluviale afzettingen. De grote rivieren hebben hun beddingen in het laagland steeds verlegd. De afhankelijkheid van het door de beide grote rivieren en door de zijrivieren van de Tigris aangevoerde water voor irrigatie is één van de sleutels voor het begrip van de geschiedenis van M. Verlegging van een rivier kon onbewoonbaarheid van een hele streek betekenen, een onmatig gebruik van irrigatiewater betekende aan de andere kant verzilting ten gevolge van overirrigatie. De bewoningsgeschiedenis van diverse streken van Zuid-M. kan met behulp van archeologische survey's gereconstrueerd worden, waarbij reeksen heuvels gevormd door oude nederzettingen vaak de oude loop van een rivier of kanaal aangeven.

De Jazira ten zuiden van Jabal Sinjar is woestijnachtig; in de omgeving van Jabal Sinjar is er voldoende regenval voor landbouw. Ook de vlakten en het heuvelland van Assyrië vallen grotendeels in het gebied met theoretisch voldoende regenval voor landbouw, doch de streek is zeer gevoelig voor de gevolgen van politieke onzekerheid. Het land bestaat hier uit reeksen heuvels die naar de kurdische bergen toe steeds hoger worden, doorbroken door rivieren die voor afwatering van de tussenliggende vlaktes naar de Tigris zorg dragen. Schommelingen in de regenval hebben grote invloed op het bebouwbare areaal in deze streken.


Lit. Admiralty Intelligence Division, Geographical Handbook, Iraq and the Persian Gulf (London 1944). N. L. Falcon/G. M. Lees, The Geographical History of the Mesopotamian Plains (Geographical Journal 118, 1952). D. Oates, Studies in the Ancient History of Northern Iraq (London 1968).

Terug Register