Aristo (Ἀρίστων), naam van drie griekse wijsgeren en een oud-christelijke auteur:
(1) Aristo van Chius
had ca. 250 vC in Athene grote
invloed. Hoewel leerling van Zeno,
stond hij dichter
bij de cynische school (Cynici) dan bij de
Stoa. A. was van mening dat in de wijsbegeerte alleen
de ethica ernstige studie verdient, en dan nog
slechts haar algemene en theoretische aspecten. Hij
verwierp Zeno's stelling dat ἀδιάφορα, datgene
wat noch deugd noch ondeugd is, onderscheiden
kunnen worden in verkieslijke en minder verkieslijke
dingen. Ook bestreed hij Zeno's opvatting over
de pluraliteit der deugden. Geschriften schijnt A.
niet te hebben nagelaten.
Lit. Testimonia bij H. von Arnim, Stoicorum veterum fragmenta
1 (Leipzig 1903) 75-90. - Id. (PRE 2, 957-959).
(2) Aristo van Iulis
op het eiland Ceos volgde ca. 225
vC zijn vriend Lyco op als hoofd van de peripatetische
school. Hij schijnt zich, in het voetspoor van
Theophrastus,
hoofdzakelijk met karakterbeschrijvingen
te hebben bezig gehouden. Enkele passages
uit een of meer karakterologische geschriften van
A. zijn overgeleverd in het tiende boek van Philodemus'
Περὶ κακιῶν (De ondeugden). Ook van een
erotische anecdotenverzameling van A. bezitten we
een achttal fragmenten.
Lit. Fragmenten bij F. Wehrli, Die Schule des Aristoteles 6
(Basel 1952) 31-66. - C. de Vogel, Greek Philosophy 2 (Leiden
1960) 261-265.
(3) Aristo van Cos,
peripatetisch wijsgeer, leerling van vorige Aristo.
Hij was een fel tegenstander van de retorica,
die hij evenals Plato
in diens Gorgias, voor de
grootste vijand van de waarheid hield.
Lit. Fragmenten bij F. Wehrli, Die Schule des Aristoteles 10
(Basel 1959) 75-84. - C. de Vogel, Greek Philosophy 23 (Leiden
1960) 265-267. [Nuchelmans]