Theten (θῆτες, 'dagloners'), naam van de leden van
de vierde en laagste klasse in de timocratische klassificatie
van de atheense burgers door de wetgever
Solon. Tot deze klasse behoorden degenen die
een inkomen van minder dan 200 schepels graan (of
het equivalent daarvan) per jaar hadden. De politieke
rechten van de t. werden door Solon beperkt tot
het stemhebbende lidmaatschap van volksvergadering
en volksrechtbank. In het leger konden zij uitsluitend
dienen als lichtgewapende voetknechten of
als matrozen. Dat t. geen ambten konden bekleden,
is formeel nooit afgeschaft, maar vanaf ca. 450 vC
werden zij de facto geleidelijk tot de meeste ambten
toegelaten. In de 4e eeuw verloor de klassificatie
van Solon haar betekenis geheel.
Lit. W. Schwahn (PRE 6A, 186-204). Zie voorts s.v. Solon.
[Nuchelmans]