Sanhedrin (arameese weergave van het griekse
woord συνέδριον, 'vergadering'), in de hellenistische
en romeinse periode het hoogste bestuurscollege en
hoogste gerechtshof van het joodse volk. Het schijnt
ontstaan te zijn in de tijd van de
Makkabeeën (2e
eeuw vC) uit een oudere raad van notabelen. Het s.
telde, met inbegrip van de hogepriester, die voorzitter
was, 71 leden: vertegenwoordigers van de
voornaamste lekenfamilies (πρεσβύτεροι, de Oudsten),
leden van de priestergeslachten (ἀρχιερεῖς) en
sinds 70 vC ook schriftgeleerden (γραμματεῖς). Het
feitelijk gezag van deze Hoge Raad werd uiteraard
sterk bepaald door het al dan niet aanwezig zijn
van een nationaal staatshoofd. Tijdens het koningschap
van Herodes de Grote
(37-4 vC) bezat hij
nauwelijks macht, onder de romeinse procuratoren
(sinds 6 nC) vormde hij daadwerkelijk het hoogste
binnenlandse bestuursorgaan, dat de godsdienstige
aangelegenheden in volle vrijheid kon regelen, de
burgerlijke met inachtneming van de door het romeinse
gezag opgelegde beperkingen. Over de juridische
competentie van het s., dat een belangrijke
rol speelde in het proces van
Jezus (Mc 14,53-65;
Mt 26,57-68; vgl. Lc22,66-71 en Jo 18,13-24), bestaat
verschil van mening; het meest waarschijnlijk
is dat het hof wel een doodvonnis kon vellen, maar
dat dit de ratificatie van de procurator behoefde
alvorens voltrokken te kunnen worden. Na de verwoesting
van Jeruzalem in 70 nC werd te
Jamnia een nieuw s. opgericht, dat spoedig
uitsluitend uit schriftgeleerden bestond.