
Lachis (hebr. lakis, LXX Λαχείς, Vg Lachis), stad
tussen Jeruzalem en Gaza (Tell ed-Duweir). Als
Lakisu/Lakisu reeds vermeld in de Amarna-brieven
(rond 1400 vC) en ook zo aangeduid op de reliëfs
van Sanherib. In het OT behoort L. tot de door
Jozua veroverde steden (Joz 10,32); Rehabeam versterkte
de plaats (2Kr 11,9, vgl. 2Kg 14,19; 2Kr 25,
27) en speelde het een rol bij de assyrische verovering
(2Kg 18,14; 19,8; Is 36,2); nadat het door de
Babyloniërs genomen was (vgl. Jr 34,7), bericht Neh
11,30 over hervestiging na de ballingschap.
De opgravingen tussen 1932 en 1938 hebben aangetoond
dat de plaats sinds het Vroeg-Brons II (ca.
2800) bewoond werd en dat rond 1700 vC de stad
omringd werd door een fosse en een glacis. Na 1550
vC bouwde men in de gracht in verschillende fasen
een tempel die in een brand ca. 1200 vC te gronde
ging. Ca. 1000 vC weer opgebouwd werd L. versterkt
tot een stad met een totale oppervlakte van
5 ha, groter dan Jeruzalem en Megiddo. Vondsten
wijzen op de inname door Sanherib (vgl. de assyrische
reliëfs, ANEP 371-374). Het herbouwde L.
werd in het begin van de 6e eeuw vC door de Babyloniërs
bedreigd, waarvan 21 ostraca in oudhebreeuws
schrift getuigen (ANET 321v). De jongste
lagen van de tell wijzen op bewoning in de perzische
en hellenistische tijd, totdat ca. 150 vC de
stad verlaten werd.
Lit. H. Torczyner, Lachish I (Tell ed-Duweir). The Lachish
Letters (London 1938). O. Tufnell e.a., Lachish II. The Fosse
Temple (ib. 1940). Id., Lachish III. The Iron Age (2 vols.
ib. 1953). Id., Lachish IV. The Bronze Age (2 vols. ib. 1958).
- D. Winton Thomas, Again 'the prophet' in the L.-ostraca
in Vom Ugarit nach Qumran, Eissfe1dt-Festschrift (Berlin
1958, 244-9). Y. Yadin, The Art of Biblical Warfare (London
1963). Y. Aharoni, The Land of the Bible. A Historical
Geography (London 1966). O. Tufnell, Lachish in Archaeology
and Old Testament Study, ed. D. Winton Thomas
(Oxford 1967) 296-308.
[Hoogewoud]