
![]()
Jamnia (Ἰαμνία) is de griekse naam, die in de hellenistische
tijd gegeven werd aan een stad, gelegen aan de
Middellandse Zee ten zuiden van Jaffa. J. wordt
enige malen in de hebreeuwse bijbel vermeld als
Jabneh (Joz 15,11; 2Kr 26,6). Deze oorspronkelijke
naam, thans uit te spreken als Javné, is door de
zionistische immigranten in ere hersteld. In de onmiddellijke
nabijheid van het oude J. bevindt zich
een orthodox-joodse kibboets. De stad werd door de
Makkabeeën veroverd en onderworpen, later door
de Romeinen gevoegd bij de provincie Syrië en door
Augustus geschonken aan Herodes de Grote. Haar
naam in de geschiedenis van het jodendom dankt de
stad aan de daad van Jochanan ben Zakkai. Volgens
de overlevering liet hij zich tijdens het beleg van
Jeruzalem door twee leerlingen als was hij een
dode buiten de stad dragen. Zo wist hij door te
dringen tot Vespasianus aan wie hij toestemming
verzocht een school te mogen stichten in J. Dit werd
hem toegestaan en daarop legden Jochanan en zijn
kring van rabbijnen in J. de grondslag voor een
jodendom, dat door hun gematigd farizeïsme tot
heden toe is gekenmerkt. In deze kring ook, ten onrechte
genoemd de synode van J., werd in discussies
een communis opinio verkregen aangaande de omvang
van de kanon van de hebreeuwse H. Schrift.. Op de Peutinger kaart (foto rechts: midden onderaan) wordt J. Lamnia genoemd.
Lit. J. Neussner, A Life of Rabban Yohanan Ben Zakkai
(Studia Post-Biblica 6, Leiden 1962).
[Beek]