
Hatra, stad in het huidige Noord-Irak, tussen Tigris
en Eufraat, op 97 km ten zuidwesten van de moderne
stad Mosoel; thans el Hadr. H. werd waarschijnlijk
gesticht omstreeks het midden van de 1e
eeuw vC en kende spoedig een grote bloei als karavaanstad
en als religieus en economisch centrum.
Het lag op de karavaanweg van de Perzische Golf
naar Seleucia. Van daaruit werden de waren met
kamelen naar H., Nisibis, Sindjar
en Antiochië gevoerd.
H. handelde steeds als onafhankelijke stad,
hoewel ze onder de heerschappij der Arsaciden
stond. Goed beschermd door twee dikke, concentrische
muren (gedeeltelijk door een derde muur
verstevigd), een brede wal en een honderdvijftigtal
torens of bastions kon ze gemakkelijk weerstand
bieden aan de invallen van de Romeinen (Traianus:
116-117; Septimius Severus: 198, 199; Caracalla:
216). Drie latijnse opschriften getuigen dat de Hatreners
daarna een tijdlang geallieerden waren van
de Romeinen om aan het offensief van de Sassaniden
weerstand te kunnen bieden. Doch ca. 241,
onder het bewind van koning Dhaizan, werd de stad
na een langdurige en bloedige strijd met de sassanidische
koning Sjapur I, verwoest, de inwoners werden
uitgemoord of vluchtten. Toen Ammianus Marcellinus
de plaats rond 363 bezocht, beschreef hij ze
als een sinds lang verlaten puinhoop.
Bij de eerste wetenschappelijke opgravingen door de Duitser W. Andrae (1907-191 1) werd vooral aandacht geschonken aan de architectuur van de stad (omwallingsmuren en in het centrum het grote paleis of Heliostempel, aldus genoemd naar een opschrift en een deurpostreliëf met de vermelding en de afbeelding van de zonnegod). Een aantal kleinere tempels werden sedert 1951 door de iraakse opgravingsdienst aan het licht gebracht. Slechts één tiende van de stadsoppervlakte is tot op heden onderzocht.

Lit. Opgravingsverslagen en tekstuitgaven: N. Al Asil (Sumer
8, 105-107, 123v: 11, 3). F. Safar (ib. 8, 3-16; 9, 7-21; 11, 3-14;
17, 9-35). S. Al Hasani (ib. 9, 240-249, 271v; 10, 84v, 205v).
A. Caquot (Syria 29, 89-118; 30, 234-246; 32, 48-69, 261-272;
40, 1-16). A. Maricq (ib. 32, 273-288; 34, 288-296). J. Teixidor
(Sumer 21,85-93). - Algemene werken: W. Andrae, H., 1-2
(Leipzig 1908-1912). H. Ingholt, Parthian Sculptures from H.
(New Haven 1954). D. Homès-Frédéricq, H. et ses sculptures
parthes (Leiden 1963). [Homès-Frédéricq]