
Beth-Semes (hebr. bēt-šemeš: zonnehuis), ook Ir-Semes
(Joz 19,41: zonnestad) en waarschijnlijk Har-Cheres
(Jdc 1,35: zonneberg) genoemd, oude kanaänitische
stad in de Sefela ten w. van Jeruzalem,
bij Juda gerekend (Joz 15,10; 21,15), ofschoon de
stad niet vóór David veroverd werd (Jdc 1,33), behorend
tot een van de districten van Salomo (1Kg
4,9). Door Rehabeam
zal Sorea versterkt zijn ter
bescherming van B., dat volgens de opgravingen
geen muur had (2Kr 11,10). Bij B. vond omstreeks
800 de veldslag plaats tussen Joas van Israel en
Amasja van Juda (2Kg 14,11-14; 2Kr 25,21-24).
Onder Achaz zal B. enige tijd in het bezit van de
Filistijnen geweest zijn (2Kr 28,18); het tegenwoordige
tell er-rumēle, in de nabijheid van het byzantijnse
'ēn-šems.
Opgravingen van de PEF onder leiding van Mackenzie
in 1911-1912; van het amerikaanse Haverford-College
onder leiding van Grant van 1928-1933. De
onderzoekers onderscheiden zes steden. Stad VI
(2200-1700) is enkel bekend door ceramiek en stenen
werktuigen; de stad vond haar einde door de
Hyksos. Stad V dateert van 1700-1500; men vindt
er gebouwen; het einde hangt waarschijnlijk samen
met de veldtochten van Amenophis I en Thutmosis I.
Stad IV (1500-1200) vormt waarschijnlijk het bloeitijdperk
van B. Stad IVa ging onder voor 1350 (door
de Chabiru?), IVb brandde omstreeks 1200 plat.
Stad III (1200-1000) maakt een armoedige indruk;
of de stad filistijns dan wel israelitisch was, valt niet
uit te maken (vgl. 1Sm 6,9-20). Ook deze stad brandde
plat; misschien door de oorlogen van Saul tegen
de Filistijnen. Stad II (1000-586) is een uitgesproken
centrum van landbouw. Nebukadnesar moet dit verwoest
hebben, voorgoed. Stad I vertoont sporen uit
het hellenistisch tijdperk, maar kan niet meer als een
levende stad beschouwd worden. Bijzondere vondsten:
uit V of IVa een kleitablet (Alfabet) met van
rechts naar links gericht ugaritisch schrift (afb. in
AfO 9, 1933/34, 358 Abb. 15); een ostracon met
schrift uit de laat-bronstijd, door L. H. Vincent (RB
41, 1932, 281-284) als egyptisch-hiëratisch geïnterpreteerd.
Een zonnestad is ook het egyptische On-Heliopolis
(Jr 43,13), in Is 19,18 Ir-Hacheres (zonnestad) genoemd.
Andere plaatsen met name B. lagen in Issachar
en Naftali.
Lit. E. Power (DBS 1, 975-981). BRL 103-105v. Abel 2, 282.
Simons blz. 551. E. Grant, Beth Shemesh (Haverford 1929).
Id., Ain Shems Excavations 1-4 (ib. 1931-1938). E. Grant/
G. E. Wright, Ain Shems Excavations (ib. 1939). A. Bea
(Bb 21, 1940, 429-437). L. H. Vincent, L'Ostracon de BethSémès
(RB 41, 1932, 281-284).
[v. d. Born]