
![]()
Askelon (hebreeuws 'aškelōn) was één der vijf filistijnse
steden ten noorden van Gaza. De stad wordt
reeds in egyptische teksten van voor de vestiging
van Israël en in de Amarna-brieven vermeld. In de
muur van het paleis van Ramses II in Karnak is de
verovering van A. door de Egyptenaren (ca. 1280)
uitgebeeld (ANEP nr. 334). Omstreeks 1200 kwam
A. in het bezit van de Filistijnen, en bleef ondanks
Ri 1,18 filistijns (Joz 13,3; Ri 14,19; 1Sm 6,17;
2Sm 1,20) tot aan de verovering door
Tiglatpileser
III in 734 (ANET 283). Sanherib vergrootte het territorium
(ib. 288). De profeten maken herhaaldelijk
melding van de stad (Am 1,8; Jr 47,6v; Zef 2,7;
Zach 9,5). In de perzische tijd behoorde A. bij
Tyrus; in de hellenistische
tijd was het uitgesproken
anti-judees (1M 10,86; 11,60; 12,33); in 104 vC
werd het een vrije stad met eigen tijdrekening en
muntrecht. Herodes de Grote
werd volgens een
niet geheel betrouwbare overlevering in A. geboren.
In elk geval heeft hij de stad verfraaid (Jos.
Bell. 1,21,11). Onder auspiciën van het engelse Palestine
Exploration Fund werden hier in 1920/21.
opgravingen verricht. Een aantal reliëfs en beelden
uit de oudheid wordt thans nog in A. bewaard binnen
een ommuurde ruimte. Deze zijn hoofdzakelijk
uit de hellenistische periode. Uit A. kwamen meerdere
klassieke geleerden: Antiochus, Ptolemaeus
(RB 53, 1946, 397). Op de Peutinger kaart (foto rechts: links van het midden onderaan) wordt A. Ascalone genoemd.
Lit. Schürer 2, 53; 3, 119-124. [Beek/v.d.Born]