Schijndeur

Schijndeur, raamwerk van een nis bestaande uit twee deurstijlen en een of twee bovendrempels, veelal uit graniet vervaardigd, die in de westmuur van de offerkamer van de egyptische mastaba's uit het Oude Rijk ingemetseld zijn. Het geheel wordt soms door een hollijst bekroond. Een stenen cylinder boven aan de nis wordt geacht te dienen als een houten spil om een smalle voorhang op te rollen of stelt het opgerolde gordijn voor. De inspringende rechthoek tussen de twee bovendrempels moet een venster verbeelden. Hij draagt meestal het beeld van de grafeigenaar, vóór een rijk voorziene offertafel zittend, en de offerlijst of 'spijskaart'. De dode wordt ook dikwijls rechtstaande, met een staf in de hand, op de twee deurstijlen afgebeeld. De hierop aangebrachte inscripties geven zijn titulatuur weer en lopen van. boven naar beneden. Dikwijls zijn op de linker stijl de hiërogliefen naar rechts gericht, op de rechter stijl naar links, zodat de ene inscriptie een spiegelbeeld van de andere biedt. In de thebaanse graven uit het Nieuwe Rijk is de s. op de wand geschilderd.

De s. is het voornaamste bestanddeel van de offerkamer, die zich in functie van de nis ontwikkeld heeft. Hierlangs komt de dode in de onderaardse grafkamer in aanraking met de wereld der levenden, die vóór de s. de offers neerleggen. Soms zijn op één wand twee of drie schijndeuren aangebracht.


Lit. J. Vandier, Manuel d'archéologie égyptienne 2,1 (Paris 1954) 389-431. [Vergote]

Register