Oase

Oase, aan het griekse ὄασις, αὔασις, ontleende benaming van een vruchtbare plaats midden in de woestijn. Het griekse woord is, evenals het koptische wahe, wah en arabische wâh, ontleend aan het egyptische wl;3 .t 'ketel' en wees dus oorspronkelijk op de zes depressies die in de libische woestijn de vegetatie uit de prehistorische tijd bewaard hebben. Deze zijn, van zuid naar noord: El Charga, El Dachla, Farafra, El Bahriya, de Wâdi en-Natrun en het verre Siwa. De voornaamste verbinding vormde een karavaanweg van Abydus naar El Charga. Terwijl de Faijum-oase van de oudste tijden af tot Egypte behoorde, bleven deze o.en aanvankelijk vrij. In de Eerste Tussenperiode onderhielden zij handelsbetrekkingen met Egypte; reeds in het Oude Rijk leverde de Wàdi en-Natrun het natron voor de reinigingsriten en de mummificatie. In de latere eeuwen deden de o.en vooral aan wijnbouw en het fokken van ezeltjes. Volgens sommige auteurs werden zij onder het Middel-Rijk door Egypte geannexeerd, volgens anderen tijdens het Nieuwe Rijk. De zuidelijke o.en stonden toen onder het toezicht van de burgemeester van This (bij Abydus); El Bahriya hoorde administratief bij Oxyrhynchus. De invloed van Egypte uitte zich in de aanleg van typisch egyptische necropolen en tempels, voornamelijk aan Osiris en Amon toegewijd. Hierbij dient opgemerkt dat de Amon van Siwa, beroemd om zijn orakel, vermoedelijk eerst een inheemse libische god was, misschien een watergod: 'wateren' heet in het berbers aman. Onder de 21e dynastie en in de christelijke tijd waren de o.en verbanningsoorden voor de Egyptenaren.


Lit. Helck/Otto 251-253. Posener 195v. A. Fakhry, The Egyptian Deserts. Bahria Oasis 1 (Kairo 1942); 2 (Kairo 1950). Id., Siwa Oasis. Its History and Antiquities (Kairo 1942). Id., The Oasis of Siwa. Its Customs, History and Monuments (Kairo 1950). Id., The Egyptian Deserts. The Necropolis of El-Bagawat in Kharga Oasis (Kairo 1951). [Vergote]


Register