Op grond van een negental egyptische getuigenissen (tussen 1430 en ca. 1150) kan de status der 'pr.w in Egypte als volgt worden omschreven: 'Zij zijn een groep vreemdelingen. zoals blijkt uit de spelling van hun naam. Zij worden gebruikt voor zware, ongeschoolde arbeid; zij staan, zeker wanneer zij groepsgewijs zijn te werk gesteld, onder toezicht van de politie. Zij worden soms in groten getale geschonken aan de tempels, waarschijnlijk uit de overvloed van krijgsgevangenen die de koningen van het Nieuwe Rijk van hun veldtochten meevoerden' (de Buck). Zij zijn uit Syrië en Palestina afkomstig, waar zij krijgsbenden vormen, gelijk de Chapiru en de SA.GAZ uit de Amarnabrieven. Een soortgelijk beeld van de Chapiru schilderen de teksten uit Cappadocië, Elam, Mari, Alalach, Nuzi, Bojgazköy. De identiteit der A. met de Chapiru is daarom boven elke twijfel verheven; dat zij gelijkstaan met de 'prm uit Ugarit wordt algemeen aanvaard; hun samenhang met de 'ibrim (Hebreeën) is daarentegen onzeker.
Men heeft op punten van overeenkomst gewezen
tussen de levenswijze der Chapiru en die der
Hebreeën, zoals zij in het OT voorgesteld wordt. Het
probleem lijkt ons echter vooral hier te liggen: van
de Chapiru weten wij niet of het gaat om een oorspronkelijke
volksnaam, die een klasse is gaan aanduiden
waarvan de leden tot de meest verschillende
volken kunnen behoren, dan wel omgekeerd, of een
sociale groep, uit een mengelmoes van volken bestaande
en door zijn omgeving als vreemd element
behandeld, zich als een volkseenheid is gaan voelen.
Aangezien het nu vanwege de grote verspreiding
der Chapiru onwaarschijnlijk is dat zij allen Hebreeën
zijn, kunnen deze laatsten zich hoogstens in
Egypte en in Syrië-Palestina bij hen aangesloten
hebben en een deel der Chapiru geworden zijn. Zij
zouden in dit geval hun naam aan de Chapiru ontleend
hebben, maar het lijkt dan ook verwonderlijk
dat deze zo zeer van de oorspronkelijke structuur
afwijkt ('ibri -- hapir[u]) en dat hij in het OT (Hebreeër)
als een volksnaam geldt.
Lit. A. de Buck, De Hebreeën in Egvpte (Varia historica
A. W. Byvanck, Assen 1954, 1-16). J. Bottéro, Le problème
des Habiru à la 4e Rencontre Assyriologique Internationale
(Cah. de la Soc. As. 12; Paris 1954).
[Vergote]