Funditores heetten in het romeinse leger
de slingeraars. Ofschoon reeds vermeld bij de troepen van de
vijfde legerklasse van koning
Servius Tullius
(Livius 1, 43,7), speelden zij pas later een grotere
rol in de strijd, vooral nadat Rome in nader contact
was gekomen met het Oosten, waar slingeraars
meer werden gebruikt. Met een leren of linnen
slinger (funda) bekogelden zij de vijand met stenen
of loden kogels. De f. waren lichtgewapenden en
genoten weinig aanzien. In de slag stonden zij
meestal op de vleugels, maar ook bij een beleg traden
zij op. In de keizertijd vormden zij speciale
contingenten. Bekend waren de f. van de Balearen.
Lit. Liebenam (PRE 7, 294-296). - P. Couissin, Les armes
romaines. Essai sur les origines et l'évolution des armes
individuelles du légionnaire romain (Paris 1926) 485-488.
[A. J. Janssen]