Lucius Villius deed als volkstribuun in 180 vC
de naar hem genoemde Lex Villia annalis aannemen,
die evenals de Lex Cornelia van Sulla in 81 vC
regels vaststelde voor het bekleden van curulische
ambten. Het is niet duidelijk welke bepalingen elk
van deze wetten afzonderlijk bevatte. Voor het bekleden
van ambten werd in ieder geval een bepaalde
minimumleeftijd vereist. Ook moest tussen het bekleden
van twee ambten een tussenpoos van twee
jaar in acht genomen worden en werd een bepaalde
volgorde vastgesteld. Zo ontstond een certus ordo
magistratuum, waarvan de regels van kracht bleven
tot het begin van de keizertijd, toen de minimumleeftijden
werden verlaagd (cursus honorum). In
171 vC was V. praetor peregrinus.