Messalina, naam van twee romeinse keizerinnen.
(1) Valeria Messalina
(ca. 25-48), achterkleindochter van
keizer Augustus' zuster Octavia
(minor), was sedert
39 of 40 de derde gemalin van haar veel oudere
neef keizer Claudius, aan wie zij twee
kinderen schonk, Octavia
en Britannicus. M.,
een vrouw van grove zinnelijkheid, onderhield ook
met talrijke andere mannen intieme betrekkingen;
hoogtepunt was wel het formele huwelijk dat ze
tijdens een afwezigheid van de keizer sloot met
Gaius Silius (48). Tot de velen die
aan de hebzucht van de gewetenloze intrigante ten offer vielen,
behoorden Gaius Appius Iunius Silanus, Iulia Livilla,
Marcus Vinicius en Iulia Drusi. Ook in de
verbanning van Seneca had vooral M. de
hand. Haar bigamie bracht echter vrijgelatenen als
Narcissus en
Pallas tot actie. Dit werd haar
noodlottig. De ongelovig-verblufte Claudius liet hun
een dag de vrije hand. Na haar terechtstelling werd
de damnatio memoriae over M. uitgesproken.
Het portret van M. kennen we onder meer van een
sardonyx in de Bibliothèque Nationale van Parijs.
Lit. Tacitus, Annales 11, 12; 11, 26-38. Suetonius, Claudius.
- G. Herzog-Hauser/F. Wotke (PRE 8 A, 246-258). M. Floriani
Squarciapino (EAA 4, 1079v). - J. P. Balsdon, Roman
Women. Their history and habits (London 1962).
(2) Statilia Messalina
werd in 66 de derde gemalin van
keizer Nero, nadat deze in 65 haar vierde echtgenoot,
Iulius Atticus Vestinus, ter dood had gebracht.
M. vergezelde de keizer op diens reis naar
Griekenland in 66 en 67. Vermaard om haar schoonheid,
welsprekendheid en kennis van literatuur, stond
zij in hoge ere. Ook na de dood van Nero behield M.
haar voorname positie; Otho zou haar nog hebben
willen huwen. Haar beeltenis is ons slechts bekend
van munten.
Lit. A. Nagl (PRE 3 A, 2209v). M. Floriani Squarciapino
(EAA 4, 1080). [A. J. Janssen]