De aspecten van de maan zijn bekend als fasen, van een Grieks woord dat n34;verschijningn34; betekent.
De fasen van de maan hangen er vanaf welk deel van het door de zon beschenen deel gezien kan worden van de aarde. Terwijl de maan rond de aarde draait, n34;groeitn34; hij van nieuwe maan, tot wassende maan, eerste kwartier (een-kwart van een volledige omwenteling rond de aarde), naar volle maan. Hij neemt dan af naar laatste kwartier (drie-kwart baan van de maan rond de aarde), afnemende maan, en weer terug naar nieuwe maan (en voltooit daarmee een omwenteling rond de aarde). Altijd is dezelfde kant van de maan vanaf de aarde te zien, omdat de maan in dezelfde tijd om zijn as draait als hij rond de aarde draait. Het kost de maan 27,3 dagen om een volledige baan om de aarde af teleggen, ten opzichte van de sterren (sterrenmaand, 27 dagen, 7 uren, 43 minuten, 11,5 seconden), maar de synodische maand telt 29,5 dagen (29 dagen, 12 uren, 44 minuten, 3 seconden) ten opzichte van de zon vanwege de gelijktijddige beweging van de aarde rond de zon.
Met de n34;nieuwe maann34;, of het eerste licht na de n34;duisternis van de maann34; maten de mensen gedurende duizenden jaren hun tijd. De verantwoordelijkheid voor het bijhouden van de tijd lag oorspronkelijk in de handen van priesters van de staatsreligie. De bijeenkomt van priesters is bekend als een synode en zo'n groep stelde de komst van de nieuwe maan vast. De astronomische periode van n34;nieuwe maann34; tot n34;nieuwe maann34; heet zelfs tegenwoordig nog de synodische maand.
In de Romeinse tijd was de Pontifex Maximus (hogepriester) verantwoordelijk voor het uitroepen van het begin van een nieuwe maan, wanneer hij wassende maan zag. Het Latijnse woord voor het n34;uitroepenn34; is kalare en dat is de reden dat de Romeinse kalender altijd startte met de Kalendae, waar het Nederlandse woord vandaan komt.
Veel mensen organiseren feesten en zeggen dankgebeden voor het weer verschijnen van het licht van de maan.
De helft van de maan is precies zo als de aarde altijd door de zon beschenen behalve tijdens een eclips. Normaliter is de achterkant van de maan in het volle zonlicht.