Fiscus

Fiscus (letterlijk 'mandje') heette bij de Romeinen tijdens de republiek de militaire kas van een veldheer, in de keizertijd, ter onderscheiding van de eigenlijke staatskas (aerarium), de bijzondere schatkist van de keizer. Hierin vloeiden de inkomsten uit de keizerlijke provincies en in toenemende mate inkomsten uit andere bronnen (invoerrechten, successierechten, boetes enz.). Uit de f. werden aanvankelijk alleen de keizerlijke uitgaven bestreden, zoals de militaire kosten der keizerlijke provincies, de hofhouding en de salarissen der keizerlijke ambtenaren. Dikwijls echter moest de keizerlijke kas de berooide staatskas te hulp komen, zodat het onderscheid tussen beide reeds in de 2e eeuw nC van louter administratieve aard was en tenslotte vrijwel geheel verdween.

De f. werd beheerd door een keizerlijke ambtenaar, de a rationibus (van ratio 'rekening'; vgl. ab actis); deze had dikwijls grote invloed, zoals bv. Pallas, die onder keizer Claudius de f. hecht organiseerde en volledig van de staatskas scheidde.


Lit. M. Rostowzew (PRE 6, 2385-2405). [Nuchelmans]


Register