In oude tijden, of zo was de legende, was de plaats
van de Lacus Curtius een afgrond in het
midden van het forum, waar de generaal van de Sabijnen
(gedurende de slag die plaatsvond
direct na de zogenaamde 'Sabijnse Maagdenroof'),
Mettus Curtius, in viel. Een andere versie,
die sindsdien de algemeen gangbare werd, was dat de
persoon die daarin viel, Marcus Curtius
was, die dit deed om zo het Romeinse leger voor een
nederlaag te behoeden. Later, in de tijd
van de vroege republiek, werd de Lacus Curtius, die
daarna een droge put was geworden, voorzien
van een hek en werd een altaar ter ere van Marcus Curtius
gebouwd in het vroege keizerrijk,
dat deze inscriptie vertoonde:
'Curtius ille lacus, siccas qui sustineat aras, Nunc solida est tellus, sed lacus ante fuit.'Dit betekent: 'Dit is de Lacus Curtius, waar altaren staan op droge grond; Nu is de grond droog, maar tevoren was het een meer.' Gedurende de keizertijd werden de offers in de put gegooid totdat in de tijd van Diocletianus een stenen muur ervoor werd gezet.