Matiël (Matî'ēl), zoon van 'Attarsamak, koning
van de noordsyrische staat Bit (A)gusi, met de
hoofdstad Arpad, regeerde rond het midden van de
8e eeuw vC en is bekend door twee vazalverdragen,
waarin hij zich aan een suzerein verbindt: 1. met
Adad-nirari V van Assyrië, 754/753 vC; 2. met BirGa'jah
van KTK (Urartu of een daarmee verbonden
kleinaziatische staat), ca. tien jaar later. Door het
tweede verdrag komt hij later in conflict met Assyrië,
wat resulteert in de ondergang van Arpad in
740 vC. Dit tweede verdrag is gesteld in het aramees
en gegrift op drie stèles, gevonden te Sefire; het
is de belangrijkste bron voor de kennis van het
oud-aramees en de verdragsterminologie van de
Levant.
Lit. E. F. Weidner, Der Staatsvertrag Assurnirâris VI (sic)
vom Assyrien mit Mati'ilu vom Bît-Agusi (AfO 8, 1932/1933,
17-34). J. A. Fitzmyer, The Aramaic Inscriptions of Sefïre
(Rome 1967; met bibliografie). - Vertaling van het verdrag:
ANET³ (Supplement) 659-661.
[Veenhof]