Eriba-Marduk, koning van Babylon, regeerde ca.
795-764. Vermoedelijk was hij een zoon van Marduksakinsumi
van Bit-Jakin. Hij volgde in Babylonië
op na een interregnum. Op herstel van de orde
in Babylonië zou kunnen wijzen dat hij de bewoners
van Babylon en Borsippa
bezittingen teruggaf
die hun waren ontnomen door binnengevallen arameese
nomaden. Hij zou ook herstelwerk aan de
inrichting van de tempels van deze steden hebben
verricht. In Uruk zou hij volgens Esarhaddon het
cultusvertrek van Istar hebben vergroot, terwijl
Nabonidus daarentegen verklaart dat er tijdens
E.-M. in Uruk in verband met de tempel van Istar
onregelmatigheden plaatsvonden.
Lit. F. H. Weissbach (RLA 2, 463v). W. F. Leemans (JbEOL
10, 1945-1948, 438). J. A. Brinkman (AnOr43, 1969, 221224).
[Van Driel]