Metrodorus (Μητρόδωρος), veel voorkomende griekse eigennaam. Vermelding verdienen:
(1) Metrodorus van Lampsacus
(ca. 460-ca. 390), leerling van
Anaxagoras. Diens voorbeeld
en dat van Theagenes
van Rhegium volgend hield hij zich
bezig met allegorische interpretatie van de Ilias.
Helden duidde hij als kosmische, goden als organische
elementen: Achilles als de zon, Hector als de maan,
Agamemnon als de aether, Helena als de aarde,
Paris als de haar omgevende lucht, Apollo als de
gal, Demeter als de lever, Dionysus als de milt.
De positie van M. binnen de ionische natuurfilosofie
en zijn plaats in de ontwikkeling van de allegorese
zijn overigens verre van duidelijk.
Lit. Fragmenten in H. Diels/W. Kranz, Die Fragmente der
Vorsokratiker11 (Zürich 1964) nr. 61. - W. Nestie, Metrodors
Mythendeutung (Philologus 66, 1907, 503-510).
(2) Metrodorus van Chius
(ca. 400 vC), leerling van Democritus.
Zijn tractaat Περὶ φύσεως begon met de lapidaire
zin: 'Niemand van ons weet iets, we weten
zelfs niet of we weten of niet weten'. Deze sceptische
houding belette M. evenwel niet de leer van
Democritus verder uit te bouwen: hij nam een oneindig
aantal werelden aan, ontkende de beweging
van het heelal en bestudeerde meteorologische verschijnselen.
Als historicus zou hij een geschiedenis
van Troje en een geschiedenis van Ionië hebben geschreven.
Lit. Fragmenten in H. Diels/W. Kranz, Die Fragmente der
Vorsokratiker (Zürich 1964) nr. 70.
(3) Metrodorus van Lampsacus
(331/330-278/277), een van
de vier beste vrienden en de trouwste volgeling van
Epicurus, met wie hij zich in Athene vestigde.
Epicurus, die hem zijn Eurylochus en zijn Metrodorus
opdroeg en verschillende brieven tot hem
richtte, beschouwde M. niet als een oorspronkelijk
denker, maar keurde hem wel de eerste plaats waardig
onder degenen die de waarheid kunnen bereiken
met de hulp van anderen. Hij bepaalde ook dat zijn
leerlingen de gedachtenis van M. en van hemzelf
moesten vieren op de 20e van elke maand. Van
Metrodorus' geschriften, meer dan 20 in getal, bezitten
we fragmenten, waaruit blijkt dat ze zich
vooral bezig hielden met de verdediging van het
epicurisme tegen andere wijsgerige stromingen.
Lit. Fragmenten bij A. Körte, Metrodori epicurei fragmenta
(Jahrbücher für Classische Philologie, Suppl. 17, 1890, 529-597).
- W. Kroll (PRE 15, 1477-1480).
[Nuchelmans]