Urartu

Urartu, naam die de Assyriërs gaven aan het koninkrijk dat van ca. 850 tot ca. 600 vC bloeide in het bergachtige gebied van de vier meren van Çildir en Van in Oost-Turkije, Urmia in West-Iran en Sevan in Sowjet-Armenië. Zelf noemden de bewoners hun land Biainele; deze naam leeft voort in de huidige naam van de hoofdstad Van. De oude naam van de hoofdstad, met haar burcht op een onneembare rots gelegen, was Tušpae patare. Veel van de goden die de Urarteeërs aanbaden - de stormgod Teišeba, de zonnegod Šiwine - hadden zij gemeen met de hen in het westen, zuiden en oosten omringende Hurrieten. De oppergod echter, Haldi, lijkt in oorsprong meer een plaatselijke god te zijn van het bufferstaatje Musasir, dat tussen Assyrië en U. lag.

(A) Geschiedenis. Musasir was misschien de bakermat van de dynastie die ca. 840 vC met Sardure I een aanvang nam. Militair en politiek breidde U. zich snel uit in de periode van assyrische zwakte gedurende de eerste helft van de 8e eeuw. In het westen reikte Urartu's invloed tot aan de Eufraat en zelfs tijdelijk ca. 750 vC eroverheen, tot in Melitene en Commagene. Maar spoedig begon een assyrisch tegenoffensief, dat in 714 vC culmineerde in de veldtocht van Sargon II van Assyrië dwars door U. Sargon voerde het standbeeld van de oppergod (voor korte tijd) naar Assur en zijn tegenstander Rusa I pleegde zelfmoord. Maar dit betekende geenszins het einde van U.: gedurende meer dan een eeuw gingen Rusa's afstammelingen door met de ontginningspolitiek van hun voorgangers en consolideerden hun veroveringen aan de Araxes en het Urmia-meer.

Hieronder volgen de koningen van U. met hun meest waarschijnlijke jaartallen:

Sardure I840-830
Ispuine830-810
Mimua810-781
Argiste I780-756
Sardure II755-735
Rusa I735-713
Argiste II712-685
Rusa II685-670
Erimena (Eremina)670-655
Rusa III655-640
Sardure III640-625
Sardure IV625-609
De koninklijke bevolkingspolitiek had een zeer gemengde bevolking tot gevolg. Blijkens het feit dat de met het hurritisch (Hurrieten II) verwante urarteese taal na 500 vC door de armeense verdrongen werd, moeten krijgsgevangenen vooral gehaald zijn uit het westen, waar aan het armeens verwante thraco-phrygische talen werden gesproken. Dat er al onder het koninkrijk U. een tweede landstaal bestond, blijkt uit schaarse hiëroglifische opschriften. Het leeuwendeel der opschriften is echter in spijkerschrift gesteld, en wel onder Sardure I nog in het assyrisch, daarna meestal in de landstaal.

(B) Archeologisch onderzoek. Meer dan eerdere koninkrijken in West-Azië lijkt U. een schepping te zijn geweest van één ondernemend koningsgeslacht, dat in het begin nog veel langs de weg der verovering, maar spoedig vooral door grootscheepse ontginning van de hoge bergdalen het tot dusver schaars bewoonde land tot bloei bracht. Vrijwel alle burchten en tempels die wij in U. kennen zijn door de koningen gebouwd, de talloze erin gevonden voorwerpen voor de koningen gemaakt in een sterk gestandaardiseerde, formele stijl. De burchten vormden het administratieve centrum van een landbouwstreek, die bevolkt was met elders gemaakte krijgsgevangenen en bewaterd werd door kanalen van 30 km of meer. De landbouwproducten werden opgeslagen of verwerkt in de benedenruimten van de burchten, waarvan de verdiepingen als ontvangsten woonruimten dienden. Uit de rots gehouwen traptunnels maakten water halen uit de bron ook gedurende een beleg mogelijk.

Terwijl de aanzienlijken werden bijgezet in uit de rots gehouwen of uit steen gebouwde kamercomplexen, werden eenvoudiger burgers vaak gecremeerd; de asurnen werden dan in rotsspleten begraven. Vierkante torens, soms omgeven door een zuilengang, dienden als tempels. Tempels en zuilenhallen, die als ontvangstzalen voor paleizen dienden, waren versierd met wandschilderin en die genii en ook de hoofdgoden op hun dieren lieten zien. In deze gebouwen gevonden, uit brons met goudblad, ivoor e.d. samengestelde, meubels vertonen dezelfde motieven, waarbij veelkleurigheid en nadruk op horizontale en verticale lijnen kenmerkend zijn. De op metalen bewapening vaak aangebrachte friezen van dieren en monsters hebben kennelijk de Scythen, Meden en Perzen tot voorbeeld gediend.

De meeste urtarteese nederzettingen vonden ca. 600 vC een gewelddadig einde, waarbij karakteristieke 'scythische' pijlpunten werden verschoten, maar sommige, zoals Erebuni (Erevan), bleven ononderbroken in gebruik tot in de perzische tijd. Andere belangrijke plaatsen waren de hoofdstad Tuspae patare, Rusahenele (Toprakkale), Teisebai patare, Altintepe en Bastam.


Lit. LM. Djakonov, Urarteïsche brieven en oorkonden (Moskou 1963; russisch). M. N. van Loon, Urartian Art (Istanbul 1966). B. B. Piotrovsky, U. The kingdom of Van and its art London 1967). Id., U. (Archaeologia Mundi, Genève 1969). S. Kroll, Keramik urartäischer Festungen in Iran (Berlin 1976). W. Kleiss e.a., Topographische Karte von U. (ib. 1976). W. Kleiss e.a., Bastam I (Teheraner Forschungen 4, Berlin 1979 .L. Vandenberghe/L. De Meijer, U. Een vergeten cultuur uit het bergland Armenië (Gent 1982). T. B. Forbes, Urartian Architecture (Oxford 1983). Over de taal van U.: W. C. Benedict, Urartian Phonology and Morphology (Ann Arbor 1962). J. Friedrich, Urartäisch (in Handbuch der Orientalistik 1, 2, 1-2, 2, Leiden 1969, 31-53). G. Melikisvili, Die Urartäische Sprache (München 1971). [van Loon]


Kaart