Troezen (Τροζάν, ionisch-attisch
Τροζήν en
Τροιζήν), griekse stad in het oosten van de Argolis,
gelegen op 3 km afstand van de kust van de Saronische
Golf, ca. 25 km ten zuidoosten van Epidaurus;
thans Damala of Trizin. Het gebied van T.
omvatte in historische tijd de gehele
meest oostelijke punt van het schiereiland, tot in de
4e eeuw vC en ook weer in de romeinse tijd met
inbegrip van het eiland Calauria (thans Poros). Oor
spronkelijk een ionische nederzettinn, handhaafde
T. ook in later eeuwen, toen het een dorische
bevolking had en op de Peloponnesus georiënteerd was,
de traditionele banden met Athene; in T. zou de
beroemde atheense koning
Theseus geboren zijn
en zijn jeugd hebben doorgebracht. Theseus' zoon
Hippolytus werd
zowel in T. als in Sparta en Athene als heros vereerd.
![]() |
Heiligdom van Hippolytus |
T. nam deel aan de kolonisatie van Halicarnassus
en Sybaris. In de 6e eeuw sloot het zich aan bij
de peloponnesische bond. In 480 vC leverde het
schepen aan de griekse vloot in de zeeslagen bij
Artemisium en
Salamis en nam een aantal uit Athene
geëvacueerde vrouwen en kinderen op (hierop heeft
een in 1959 ontdekte inscriptie, waarvan de authenticiteit
omstreden is, betrekking). Van 458 tot 446
vC was de stad door de Atheners bezet, die haar
zelfs in 431 en 425 verwoestten. Niettemin bleef T.
Sparta trouw, ook in de 4e eeuw. In de hellenistische
tijd wisselde het herhaaldelijk van meester; in 243
vC sloot het zich aan bij de
achaeïsche bond. In
de keizertijd wordt T. vermeld als een bloeiende
stad.
Franse opgravingen hebben van 1890 tot 1899 de
voornaamste antieke monumenten blootgelegd: delen
van de vestingmuur uit de 3e eeuw vC, resten
van tempels ter ere van Artemis Soteira, Athene,
Hippolytus (foto rechtsboven), Asclepius en Aphrodite, en overblijfselen
van een gymnasium en een stadion.
Lit. Pausanias, Periegesis 2, 30-34. Inscripties in IG 4 (Inscriptiones Argolidis ed. M. Fraenkel, 1902) 748-838. - E. Meyer (PRE 7A, 618-653). M. Cristofani (EAA 7, 981v). Philippson/Kirsten 3, 116-119. Kirsten/Kraiker 308-311. - G. Welter, Troizen und Kalaureia (Berlin 1941). - Over de nieuwe inscriplie o.a. M. H. Jameson, A Decree of Themistokles from Troizen (Hesperia 29, 1960, 198-223). M. Treu, Zur neuen Themistokles-Inschrift (Historia 12, 1963, 4769). H. Wallinga, De inscriptie van T. (Tijdschrift voor Geschiedenis 77, 1964, 25-38). L. Braccesi, II problema del decreto di Temistocle (Bologna 1968). M. M. Henderson, The Decree of Themistocles (Acta Classica 20, 1977, 85-103). N. Robertson, The Decree of Themistocles in its Contemporary Setting (Phoenix 36, 1983, 1-44). [Nuchelmans]