
Judea is de naam, die in grieks-romeinse tijd opkomt
als aanduiding van het door de joden bewoonde
deel van Palestina
en daarmee te onderscheiden
van het oudtestamentische Juda waarvan J. is afgeleid.
Men sprak van Ἰουδαῖα Χώρα zonder daarbij
te denken aan een nauwkeurig omgrensd gebied. De
term wordt voor het eerst gebruikt door Clearchus
(ca. 320) en later door
Flavius Josephus,
M en NT. Vooral
door de veroveringen van de Makkabeeën werd J.
gebruikt om een gebied aan te duiden dat veel meer
omvatte dan het vroegere Juda. De bewoners werden
Ἰουδαῖοι genoemd, maar in het NT heeft men
daarmee, vooral in het evangelie van Johannes veel
meer een godsdienstige dan een etnisch of geografisch
begrensde groep op het oog, zodat de vertaling
'joden' tot misverstand aanleiding kan geven.
Lit. G.C. Brauer, Judaea Weeping. The Jewish struggle
against Rome, 63 BC to AD 73 (New York 1970). [Beek]