Vrijstad

Vrijstad, in het oude Israël een daartoe aangewezen plaats die asiel bood aan degene die buiten zijn schuld de dood van een medemens had veroorzaakt. De v. beschermde hem tegen het optreden van de bloedwreker, die namens de familie van het slachtoffer optrad om de veroorzaker te doden. Over de instelling van de v. wordt uitvoerige informatie gegeven in Nm 35, 9-34. Er wordt daar een duidelijk verschil gemaakt tussen het opzettelijk en het onopzettelijk doden van een medemens. Degene die onopzettelijk een mens die hij niet kwaadgezind was heeft gedood, kan vluchten naar een van de zes vrijsteden, drie in Kanaän en drie aan de overzijde van de Jordaan, waar hij moet verblijven tot de dood van de hogepriester. Daarna is hij vrij om naar zijn land terug te keren. Op die wijze wordt het hele land beschermd tegen verontreiniging door het onwettig optreden van de bloedwreker, De procedure bij de poort van de asielstad wordt beschreven in Joz 20, 1-6. Daarna worden de namen van de plaatsen vermeld: Kedes, Sichem en Hebron, Bezer, Ramot en Golan. Deze namen worden in Joz 21 bij de verdeling der steden herhaald. De aanwijzing van de vrijsteden wordt ook beschreven in Dt 4, 42 en 19, 1-13 met het accent 'opdat geen onschuldig bloed vergoten worde in het land dat JHWH, uw God, u als erfdeel geven zal en opdat geen bloedschuld op u kome' (19, 10). Er wordt zorgvuldig acht geslagen op de onderlinge afstand van de aangewezen steden, opdat de vluchteling ze bijtijds bereiken kan.


Lit. M. Löhr, Das Asylwesen im Alten Testament (Halle 1930). B. van Oeveren, De vrijsteden in het OT (Diss. Amsterdam, Kampen 1968). [Beek]


Afkortingen Lijst van Namen