In 1883 werden door W. Ramsay in Hieropolis bij Synnada (Phrygië) fragmenten van een inscriptie (de A.-inscriptie) ontdekt (tegenwoordig zijn twee fragmenten in het Lateraans museum; afb. bij Dölger, Ichthys 3, 50). In de legendarische Vita van bisschop A. van Hieropolis bleek men een volledige tekst te bezitten. Waarschijnlijk dateert de inscriptie van ca. 200. De datering vóór 216 is zeker, aangezien ze in een inscriptie uit Synnada van 216 gebruikt is. De A.-inscriptie met haar symbolisch-mysterieus karakter is voor de godsdienstgeschiedenis van belang.
Door de meeste geleerden wordt de christelijke herkomst
aanvaard (bv. Zahn, Dölger). Daartegenover
staan andere opinies, zoals die van Harnack (produkt
van heidens-christelijk syncretisme) of van Dieterich
en Reitzenstein (sfeer van de Attiscultus). Indien de
inscriptie christelijk is, hebben we mogelijkerwijze
te doen met het grafschrift van Avircius Marcellus
(vgl. Eusebius, Historia ecclesiastica 5, 16, 3; aam
hem is een geschrift tegen het montanisme opgedragen).
In ieder geval is de verklaring vanuit de mysteriën
moeilijker dan vanuit christelijke gedachten. Opmerkelijke
uitdrukkingen zijn: de heilige herder met
de grote ogen (Christus?); het zegel (de doop?); de
koningin (de christelijke leer?); de door het geloof
overal voorgezette maaltijd (de eucharistie?).
Lit. S. Abercii Vita, ed. T. Nissen (Leipzig 1912). H. Leclercq
(DAL 1, 66-87). Strathmann-Klauser (RAC 1, 12-17). - Quasten
1, 171v. Bardenhewer 1, 491-494. A. Abel, Étude sur l'inscription
d'Abercius (Byzantion 1, 1926, 321-405, met uitgebreide
bibliografie). H. Grégoire, Encore l'inscription d'Abercius
(Byzantion 8, 1933, 89-91). J. Quasten, Monumenta eucharistica
et liturgica vetustissima (Bonn 1935) 21-24. W. M.
Calder, The epitaph of Avircius Marcellus (JRS, 29, 1939, 1-4).
A. Ferrua, Della patria e del nome di S. Abercio (La civiltà
Cattolica, 1943, 39-45). Id., Early christian epitaphs from
Phrygia (Anatolian Studies, 1955, 25-28). S. Grasso, Note sull' iscrizione
di Abercio, Convivium Dominicum (Catania 1959)
359-368. [Bartelink]